Lijden aan Leiden

Een succesverhaal binnen het aanbod van Probaat is het Programma Grenzen.
Meestal gaat het dan over de leidinggevende of de werknemer die het moeilijk vindt om eigen grenzen aan te geven. Omdat je gewoon moeilijk nee kunt zeggen, omdat je meestal goed gedijt bij een lekkere ‘case-load’ maar nu even niet, of omdat je ietwat perfectionistisch bent en dan graag veel zaken zelf maar beter wilt regelen… Het gaat dan dus veelal om het (leren) aangeven van grenzen stellen binnen jezelf.

Moet je ook grenzen durven stellen aan anderen. ‘Ja natuurlijk’, zul je zeggen. Als leerkracht aan kinderen. Makkie. Ben je voor opgeleid. Aan ouders. Wordt ietsiepietsie lastiger. Als leidinggevende aan je team. Zou niet moeilijk moeten zijn, want daarvoor ben je tenslotte leidinggevende.

Maar toch. Als leidinggevende geef je liever complimenten aan je team en vaak wil je toch ook nog zelf tegen dat vertrouwde ‘teamgevoel’ aanschurken: ik voel me onderdeel van mijn team!
En soms moet dat juist even niet. Moet je alleen durven staan en tegen de gangbare mening in een eigen statement kunnen maken. Wanneer? Als het bij jou begint te schuren. Want dan raakt er iets jouw innerlijk kompas. En moet je je realiseren dat jij als eerste cultuurdrager van de organisatie misschien op moet staan.

Voorbeeldje uit het onderwijs:
Corona heeft er voor gezorgd dat iedereen snapt dat ouders buiten blijven. En zelfs het gevoelige kind (en de meest gevoelige ouder) heeft hier mee leren omgaan. Maar ook de leerkrachten. En dat voelt voor een deel als heel prettig. Geen ouders in de klas betekent ook geen lastige vragen voor half negen, niet de controlerende ogen of de klas wel op orde is of welke werkjes er in vergelijking met de parallelklas aan de muur hangen. En de kinderen blijken die ouder nauwelijks te missen in die paar minuten. En dus komt er een soort lobby op gang binnen dit team: ‘los van corona, dit is heel goed voor de kinderen. Ze blijken er heel zelfstandig van te worden en hangen veel minder aan de ouders, minder huilbuien bij het afscheid, enz.

Dus: Leidinggevende, in de bouw-overleggen hebben we de meningen gepeild en we zijn het er over eens. Wil jij nu een brief naar de ouders sturen dat we deze corona regels nu omzetten naar schoolbeleid?!

Schuur schuur, knaag knaag… Wil ik de schoolleider zijn van een school die de ouders buiten de poort houdt. Wil ik mijn handtekening zetten onder beleid dat knaagt aan de cultuur van de school waar we zo voor geijverd hebben (school en ouders samen voor het kind!) Want waarom wilden we de ouders eerst ook al weer ín de school? Laagdrempeligheid. Maar vooral voor de taalontwikkeling toch?! Zodat ze konden zien waar we mee bezig waren en dat daardoor de gesprekken thuis beter op gang zouden komen. Het kind thuis ook uitdagen tot actief en nieuw taalgebruik.

Zo’n schijnbaar futiele zaak raakt dan plotseling kernelementen van onderwijs die (onbewust) tegen elkaar uitgespeeld dreigen te worden: zelfstandigheid en taalontwikkeling.
Dan vraagt het iets van jouw leiderschap. En je hoeft de zaak ook niet op de spits te drijven, er is altijd wel een compromis mogelijk. Maar durf wél de organisator te zijn van het tegengeluid!

Dat komt de uiteindelijke beslissing ten goede.

Ubbo Elzinga

Coach en adviseur bij Probaat

Geschreven door

×

Op de hoogte blijven?

Ontvang elke twee weken onze nieuwsbrief.

Ongeldig email adres